**1..** Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders een inrichting in gebruik te hebben of te houden, waarin:
meer dan vijftig personen tegelijk aanwezig zullen zijn;
bedrijfsmatig de in artikel 2.2.2 bedoelde stoffen zullen worden opgeslagen;
aan meer dan vijf personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft;
aan meer dan tien personen jonger dan twaalf jaar, of aan meer dan tien lichamelijk en/of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal worden verschaft.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorschriften verbinden in het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand. Hieronder worden begrepen de:
Voorwaarden bakkraam/gasgebruik
Voorwaarden circustent
Voorwaarden (feest)tent/overkapping/paviljoen
Voorwaarden evenementen/terrein/straten/braderie
Voorwaarden kampvuur/St. Maartensvuur
Voorwaarden kinderballon
Voorwaarden luchtballon
Voorwaarden voor het tijdelijk toestaan van overnachting in sporthal, school of dergelijk
Voorwaarden buitenopslag van hout, houtachtige producten en/of materialen als benoemd in artikel 2.2.2
Brandveiligheidsvoorwaarden campings
De voorwaarden van toepassing worden bij de vergunning bijgevoegd.
**3..** Indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van de inzichten en/of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de vergunning, kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunning nieuwe voorschriften verbinden en gestelde voorschriften wijzigen of intrekken.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 2.1.1
Vergunning gebruik inrichting
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening