Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Algemene voorwaarden subsidie

Onderdeel van Deelverordening subsidiegrondslagen welzijn gemeente Kapelle 2010.

1.. Slechts instellingen als bedoeld in deze verordening kunnen voor subsidie in aanmerking komen. 2.. Om voor jaarlijkse subsidie in aanmerking te komen dient een instelling aan de volgende algemene voorwaarden te voldoen: de instelling is gedurende tenminste één jaar voorafgaand aan de indiening van de aanvraag actief op het gebied van cultuur, sport, recreatie, educatie en maatschappelijke dienstverlening. van de activiteiten wordt gebruik gemaakt door inwoners van de gemeente Kapelle; zodanige activiteiten worden ontplooid, dat redelijkerwijze kan worden verwacht dat de beoogde doelstelling(en) kan c.q. kunnen worden bereikt; door de instelling wordt voorts aannemelijk gemaakt dat, met inbegrip van het te verlenen subsidie, de benodigde financiële middelen ter beschikking staan om die doelstelling(en) te verwezenlijken; voorts dient de instelling over leiding te beschikken, die voor het betreffende terrein voldoende waarborgen biedt ten aanzien van deskundigheid en bekwaamheid. 3.. Geen subsidie wordt ten behoeve van vrijwilligersinstellingen op het terrein van welzijn verleend indien: de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente Kapelle; de gelden niet of onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente. 4.. De activiteiten van de instelling dienen open te staan voor alle groeperingen of personen, zonder onderscheid naar ras, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid. 5.. De activiteiten van de instelling mogen op geen enkele wijze strijdig zijn met de grond van internationale verdragen algemeen erkende rechten van de mens.

Rechtspraak bij dit artikel