1.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 5.1 onder a. vermelde voorziening in aanmerking komen indien aantoonbare beperkingen op grond van psychosociale omstandigheden, ziekte of gebrek
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
2.
Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet komt niet voor een collectieve vervoersvoorziening (het geldende Wmo-tarief) in aanmerking indien diens inkomen of het gezamenlijk inkomen van gehuwde personen meer bedraagt dan 1,5 maal in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Waalwijk voor de diverse categorieën genoemde inkomensgrens.
3.
Voor het gebruik van het collectief systeem van vraagafhankelijk vervoer is een eigen betaling verschuldigd per zone, waarvan de hoogte is vermeld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalwijk.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Het recht op een collectieve vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Waalwijk 2011