Het algemeen bestuur stelt een regeling vast betreffende het financieel beheer van het lichaam, welke, evenals de wijzigingen daarop, ter kennisneming wordt toegezonden aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De - met inachtneming van de door de deelnemers gestelde financiële randvoorwaarden - uit de opdrachtverlening voortvloeiende werkelijke kosten worden aan de deelnemers, waarop die kosten betrekking hebben doorberekend op basis van daartoe met de deelnemers te sluiten convenants.
De eventuele overige kosten en apparaatskosten van het lichaam worden, met inachtneming van de terzake onder artikel 12 , lid 2 bij overeenkomst geregelde wijze van financiële vergoeding van de apparaatskosten van de deelnemer wiens vertegenwoordiger het voorzitterschap bekleedt, over de deelnemende gemeenten omgeslagen naar rato van het aantal inwoners op 1 januari van het voorafgaande jaar, zoals dat is vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Het rekenkundig aantal fictieve inwoners waarvoor de provincie als deelnemer participeert in de regeling bedraagt 10.000.
De deelnemers betalen vóór 16 januari en vóór 16 juli van ieder jaar een door het dagelijks bestuur te bepalen gedeelte van de geraamde kosten. Verrekening van het verschil tussen betaalde voorschotten en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na definitieve vaststelling van de jaarrekening voor het betreffende jaar.