Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Artikel 4.

Onderdeel van Verordening op het gemeentelijk decoratiestelsel

1.. Het ereburgerschap kan worden toegekend aan natuurlijke personen als zeer uitzonderlijk blijk van grote waardering, erkentelijkheid en dankbaarheid jegens hen, die zich op bijzonder uitzonderlijke wijze en langdurig hebben ingezet een of meer van de in artikel 1 genoemde gebieden of een voorbeeldfunctie voor (groepen van) medeburgers vervullen of hebben vervuld met een positieve, enthousiasmerende uitstraling voor de gemeenschap en daarmee de gemeente Brunssum en haar inwoners of de gemeenschap op een zeer uitzonderlijke manier hebben gediend. Het ereburgerschap geldt als blijk van grote waardering, achting en dankbaarheid. De toekenning van het ereburgerschap zal een uitzonderlijke gebeurtenis moeten blijven en algemeen als zodanig (moeten) worden ervaren. De bijzondere verdiensten moeten aanwijsbaar zijn. 2.. De raad besluit op voorstel van burgemeester en wethouders tijdens een besloten raadsvergadering over het toekennen van het ereburgerschap. 3.. Alvorens een voorstel tot toekenning tot het ereburgerschap wordt gedaan, hoort het college van burgemeester en wethouders daarover het presidium van de raad. 4.. De bevoegdheid tot toekenning van het ereburgerschap kan niet worden gemandateerd. 5.. Huldiging vanwege de toekenning van het ereburgerschap geschiedt bij de viering van een jubileum, bij een afscheid, tijdens een raadsvergadering of een andere door het college van burgemeester en wethouders passend geoordeelde gelegenheid. 6.. Aan het ereburgerschap van de gemeente Brunssum is een oorkonde alsook een eremedaille en een draagspeld/lintje verbonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel