Naar hoofdinhoud

Artikel 2:

Gedragscode voor burgemeester en wethouders

Onderdeel van Gedragscode voor burgemeester en wethouders

1. Algemene bepalingen Onder het college wordt verstaan: het college van B&W. Onder bestuurder wordt verstaan: de burgemeester en wethouders. Deze gedragscode geldt voor burgemeester en wethouders. In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing en uitleg niet eenduidig is of het handelen van de bestuurder ter sprake wordt gesteld, vindt bespreking plaats in het college. De code is openbaar en op een voor derden toegankelijke wijze te raadplegen. Een bestuurder ontvangt bij aantreden een exemplaar van de code. Een bestuurder is aanspreekbaar op naleving van de code 2. Belangenverstrengeling en aanbesteding Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. Een oud-bestuurder is het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het verrichten van werkzaamheden voor de gemeente, met uitzondering van het verrichten van werkzaamheden als wethouder of raadslid van de gemeente. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een bestuurder in het geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. Een bestuurder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten, geschenken of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. 3. Nevenfuncties Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente. Een bestuurder vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie. Een bestuurder geeft ten behoeve van de openbaarmaking van zijn nevenfuncties en q.q.- nevenfuncties aan voor welke organisatie de functies worden verricht, wat het tijdsbeslag is en of de functies bezoldigd zijn. Een bestuurder behoudt geen inkomsten uit een q.q.-nevenfunctie. De inkomsten komen ten goede aan de gemeentekas. De nevenfunctie leidt niet tot een zodanig tijdsbeslag dat daardoor het functioneren als politiek ambtsdrager in het geding komt. Vervulling van de nevenfunctie geschiedt in het voortdurende besef dat de belangen van de nevenfunctie en de belangen van de gemeente uit elkaar moeten worden gehouden. Terughoudendheid moet worden betracht bij functies bij instellingen die substantieel subsidie ontvangen of die onderwerp zijn of kunnen zijn van besluitvorming binnen de gemeente. De kosten die een bestuurder maakt in verband met een nevenfunctie uit hoofde van het ambt (het betreft een nevenfunctie die volgt uit zijn ambt en behoort tot de taken van het ambt) (een q.q.-nevenfunctie), worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt uitgeoefend. Een wethouder die een nevenfunctie wil vervullen anders dan uit hoofde van het ambt, meldt dit voornemen in het college. De burgemeester meldt zijn voornemen eveneens in de raad. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen. De te maken kosten kunnen op geen enkele wijze direct of indirect ten laste van de gemeente worden gebracht. 4. Informatie Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie. Hij zorgt ervoor dat stukken met vertrouwelijke gegevens veilig worden opgeborgen en dat computerbestanden beveiligd worden. Een bestuurder gaat verantwoord om met de email en internetfaciliteiten van de gemeente. Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie gebaseerd is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. Een bestuurder maakt niet ten eigen bate gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. 5. Aannemen van geschenken Geschenken en giften die een bestuurder uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. Indien een bestuurder geschenken of giften ontvangt die een waarde van minder dan 50 euro vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking van het bovenstaande worden behouden en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd. (Het gaat hier niet om een wettelijk vastgesteld bedrag. Als uitgangspunt is gehanteerd dat een geschenk dat men zelf ook niet geeft, ook niet geaccepteerd behoort te worden) Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld in het college. In geval de waarde van het geschenk meer dan 50 euro bedraagt, neemt het college een besluit over de bestemming van het geschenk. Een bestuurder accepteert geen geschenken, faciliteiten of diensten indien zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. In onderhandelingssituaties weigert hij door betrokken relaties aangeboden geschenken of andere voordelen Algemene relatiekaarten of passe-partouts worden niet geaccepteerd. Functioneel verbonden uitnodigingen worden wel aangenomen. Aanbiedingen voor privé-werkzaamheden of privé-goederen worden niet geaccepteerd. Een bestuurder maakt in het college melding van uitnodigingen voor excursies en evenementen op kosten van derden. 6. Bestuurlijke uitgaven Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Ter bepaling van de functionaliteit van bestuurlijke uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd: Met de uitgave is het belang van de gemeente gediend en De uitgave vloeit voort uit de functie. 7. Declaraties De bestuurder declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Wethouders declareren hun reis- en verblijfkosten conform de verordening rechtspositie voor wethouder 2007. De burgemeester declareert de reis- en verblijfkosten conform de met hem terzake gemaakte afspraken. Een bestuurder is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden. Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve procedure Gemaakte kosten worden binnen zes maanden gedeclareerd. Eventuele voorschotten worden voorzover mogelijk binnen een maand afgerekend. De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratieve afhandeling en registratie van declaraties. Declaraties van bestuurders worden administratief afgehandeld door een daartoe aangewezen ambtenaar. In geval van twijfel over een declaratie, wordt deze door de gemeentesecretaris ter besluitvorming aan het college voorgelegd. 8. Creditcards(Dit artikel is conform de ‘gedragsregels gebruik creditcard’ van de gemeente ’s-Hertogenbosch opgesteld). De gemeentesecretaris draagt zorg voor aanvragen, verstrekken en intrekken van creditcards. In de ‘gedragsregels gebruik creditcard’ ligt vast voor welke uitgaven de creditcard gebruikt mag worden. Bij de afhandeling van betalingen verricht met een creditcard wordt een maandafrekening opgesteld welke ter akkoord wordt voorgelegd aan de bestuurder. Bij de maandafrekening worden nota’s, betaalbewijzen e.d. gevoegd. Het gebruik van de creditcard kan uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die volgens geldende regelingen voor vergoeding in aanmerking komen. Ingeval van twijfel over een correct gebruik van de creditcard wordt dit aan de gemeentesecretaris gemeld en zo nodig ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Indien met de creditcard kosten zijn betaald die na controle voor rekening van de bestuurder blijken te moeten komen, dient de bestuurder het bedrag inclusief de opnamekosten zo snel mogelijk te vereffenen. 9. Gebruik van gemeentelijke voorzieningen Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privé-doeleinden is in beginsel niet toegestaan. Tenzij het betreft de bruikleen van een fax, mobiele telefoon en computer die mede voor privé doeleinden kunnen gebruikt. 10 Reizen buitenland Een bestuurder die, in het belang van zijn functie dan wel q.q. -functie of op uitnodiging, het voornemen heeft een buitenlandse reis te maken, heeft toestemming nodig van het college van B&W. Een bestuurder die het voornemen van een reis meldt, verschaft informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap en de geraamde kosten, alsook de redelijkheid en billijkheid van de geraamde kosten. Uitnodigingen voor reizen, werkbezoeken en dergelijke op kosten van derden worden getoetst op het risico van belangenverstrengeling. Het gemeentelijke belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. De geaccordeerde reis- en verblijfkosten worden te allen tijde door de gemeente bekostigd. Van de reis wordt verslag gedaan in het college. Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een bestuurder is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming van het college betrokken. Het anderszins meereizen van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming van het college betrokken. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming van het college. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de bestuurder. De in verband met de buitenlandse dienstreis gedane functionele uitgaven worden vergoed conform de geldende regelingen. Uitgaven worden vergoed voorzover zij redelijk en verantwoord worden geacht.

Rechtspraak bij dit artikel