De aanslagen moeten worden betaald in twee termijnen, waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
twee maanden na de eerste vervaltermijn.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, in geval het
totaalbedrag van van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen meer is dan € 50,--
doch minder is dan € 5.000--, en zolang de verschuldigde bedragen
door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke
termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand,
volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand
later.
In afwijking in zoverre van het eerste en het tweede lid geldt,
ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
aanslagen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen minder is
dan € 50,- doch meer is dan € 5.000,--, dat de aanslagen moeten
worden betaald in één termijn, welke termijn vervalt op de laatste
dag van de maand, volgend op die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is vermeld.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in
de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 7
TERMIJNEN VAN BETALING
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2014