Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIII

Artikel 27

Artikel 27

Onderdeel van gemeenschappelijke regeling Felua-groep

1.. Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren op. 2.. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerp-begroting en de meerjarenraming voor 15 april van het jaar en in ieder geval acht weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling worden aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting en meerjarenraming het Dagelijks Bestuur van hun gevoelens ter zake doen blijken. 4.. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting en de meerjarenraming twee weken voor de voorgenomen datum van vaststelling toe aan het Algemeen Bestuur. 5.. De gevoelens van de raden van de deelnemende gemeenten, alsmede eventueel de nota van wijzigingen, worden uiterlijk twee weken voor de vaststelling toegezonden aan het Algemeen Bestuur. 6.. De ontwerpbegroting en de meerjarenraming, alsmede de eventuele nota van wijzigingen, worden ter inzage gelegd op de wijze als bedoeld in artikel 35, lid 2, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, alsook bij de vestigingen van het openbaar lichaam en tegen betaling algemeen verkrijgbaar gesteld. 7.. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast voor 1 juli van het jaar voorafgaande aan dat, waarvoor zij moeten dienen. 8.. Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur de begroting en de meerjarenraming aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake gedeputeerde staten van hun gevoelens kunnen doen blijken. 9.. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk 15 juli van het jaar waarvoor zij dienen, aan gedeputeerde staten. 10.. Het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op begrotingswijzigingen met uitzondering van het bepaalde in het tweede, derde, vijfde en achtste lid van dit artikel, voorzover het betreft wijzigingen van de begroting die voor de deelnemende gemeenten budgettair neutraal zijn zowel wat betreft de algemene dienst als de financierings- en investeringsstaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel