Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van gemeenschappelijke regeling Felua-groep

1.. De raden van de deelnemende gemeenten beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van de raden over de aanwijzing van de nieuwe leden van het Algemeen Bestuur. 2.. Aftredende leden van het Algemeen Bestuur kunnen opnieuw worden aangewezen. 3.. Totdat de raden van de deelnemende gemeenten in hun opvolging hebben voorzien blijven de aangewezen leden van het Algemeen Bestuur, die hadden moeten aftreden - voor zover zij voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap als bedoeld in artikel 7, eerste lid - als zodanig functioneren. 4.. De raad van een deelnemende gemeente kan een lid van het Algemeen Bestuur dat door hem is aangewezen, indien deze het vertrouwen van deze raad niet meer bezit, te allen tijde ontslaan. Hiervan wordt onmiddellijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5.. Indien tussentijds de plaats van een lid van het Algemeen Bestuur beschikbaar komt, wijst de betreffende raad in zijn eerstvolgende vergadering of, zo dit niet mogelijk mocht zijn, ten spoedigste een nieuw lid aan. 6.. In het geval, dat het gaat om een tussentijdse ontslagname, stelt het lid van het Algemeen Bestuur de voorzitter en de desbetreffende raad op de hoogte. De tussentijdse ontslagname is onherroepelijk. De leden van het Algemeen Bestuur, die tussentijds ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap van het Algemeen Bestuur - voor zover zij aan de vereisten daarvoor als bedoeld in artikel 7, eerste lid, blijven voldoen - totdat onherroepelijk in hun opvolging is voorzien. 7.. Elke aanwijzing tot lid van het Algemeen Bestuur delen de deelnemende gemeenten binnen acht dagen schriftelijk mede aan de voorzitter. 8.. Het bepaalde in de voorgaande leden is ook van toepassing op de plaatsvervangende leden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel