Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 42

Mondelinge vragen tijdens raadsbijeenkomst

Onderdeel van Reglement van orde voor de gemeenteraad 2011

Aan het begin van de raadsvergadering is er de mogelijkheid tot het stellen van vragen. De vragen dienen te gaan over een actueel onderwerp waarvan de aard dusdanig is dat behandeling niet op reguliere agendering of schriftelijke afhandeling kan wachten. Het lid van de raad dat vragen wil stellen bij het begin van de raadsvergadering, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de raadsvergadering bij de griffie. De voorzitter van de raad kan na overleg met de agendacommissie weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen aan de orde worden gesteld. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het stellen van vragen kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Rechtspraak bij dit artikel