Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;
openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de hoogdrempelige inrichting of speelautomatenhal exploiteert;
Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000 Stb. 2000, 223;
speelautomatenhal: speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet;
de wet: de Wet op de kansspelen;
kansspelautomaat: een automaat als omschreven in artikel 30, aanhef en onder c van de wet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1 Begripsbepallingen
Artikel 1 Begripsbepallingen
Onderdeel van Verordening kansspelen en speelautomatenhallen Hoogeveen 2006