**1..** Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
verlangd.
**2..** De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze
draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van
de leden van de raad en het college worden gebracht.
**3..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen
kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college de
vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn
aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit
bericht wordt behandeld als een antwoord.
**4..** De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het college
aan de leden van de raad medegedeeld.
**5..** De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als
bedoeld in artikel 28 aan de leden van de raad toegezonden.
**6..** De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen omtrent het
door de burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de
raad anders beslist.