Naar hoofdinhoud
1.. Onder de naam “onroerende-zaakbelastingen” worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: een gebruikersbelasting van degene die –naar de omstandigheden beoordeeld, bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen gebruikersbelasting; een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen eigenarenbelasting. 2.. Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt: gebruik door degene aan wie het gebruik van een gedeelte van een onroerende zaak is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat gedeelte in gebruik gegeven heeft; degene die het deel in gebruik heeft gegeven is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie de zaak ter beschikking is gesteld. 3.. Met betrekking tot de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 4.. In die gevallen waarbij meer personen als belastingplichtige kunnen worden aangewezen is de voorkeursvolgorde van toepassing als bedoeld in het “Besluit beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige in een keuzesituatie gemeente Voorschoten 2005”.

Rechtspraak bij dit artikel