1. Burgemeester en wethouders kunnen afzien van het verlagen van de bijstand en volstaan met een schriftelijke waarschuwing bij een gedraging uit de eerste categorie als bedoeld in het artikel, voor zover deze gedraging niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand en de gedraging niet plaatsvindt binnen een periode van één jaar na de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing of verlaging van de bijstandsnorm is gegeven.
2. Burgemeester en wethouders besluiten van een verlaging van de bijstand af te zien, wanneer er sprake is van een dringende reden. Omstandigheden die het rechtstreekse gevolg zijn van een verwijtbare gedraging zijn geen dringende reden.
Hoofdstuk 4
Artikel 11
Waarschuwing en dringende redenen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand