Met het toezicht op- en de handhaving van het bepaalde in deze verordening zijn belast:
1. opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafvordering;
2. de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen, te weten:
a) toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht;
b) buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142 Wetboek van strafvordering.
3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet wanneer artikel 41 van de wet van toepassing is.