Bij hun beslissingen op aanvragen om subsidie voor een monument houden burgemeester en wethouders in ieder geval rekening met:
De bouwtechnische toestand vóór het treffen van de voorzieningen;
De architectonische waarde vóór en na het treffen van de voorzieningen;
De stedenbouwkundige waarde vóór en na het treffen van de voorzieningen;
De cultuurhistorische waarde vóór en na het treffen van de voorzieningen;
De gaafheid/herkenbaarheid/zeldzaamheid vóór en na het treffen van de voorzieningen;
Het gebruik vóór en na het treffen van de voorzieningen.
Hoofdstuk 4
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Gennep 2010