Burgemeester en wethouders kunnen besluiten tot opschorting van
het verstrekken van voorschotten of tot wijziging of intrekking
van de subsidiebeschikking in de volgende gevallen:
de instelling heeft onjuiste of onvolledige gegevens
verstrekt;
de instelling voldoet niet of niet geheel aan het bepaalde bij
of krachtens deze verordening;
de instelling is niet meer gevestigd of werkzaam in de gemeente
Voerendaal;
het aantal leden van c.q. deelnemers aan activiteiten van de
instelling neemt in de loop van het subsidiejaar aanzienlijk
af;
de instelling voert de activiteiten waarvoor subsidie ontvangen
wordt niet of slechts gedeeltelijk uit;
de instelling maakt gebruik van (een) andere accommodatie(s) dan
die op grond waarvoor een subsidie in de accommodatiecomponent
wordt ontvangen;
het financieel beheer van de instelling voldoet niet aan
redelijk te stellen eisen;
de instelling verricht c.q. bereikt niet de in de beschikking
opgenomen prestaties.
1De instelling is gehouden aan de door of namens burgemeester en
wethouders gegeven richtlijnen en instructies inzake gebruik,
onderhoud, beheer van en toezicht op de van gemeentewege
beschikbaar gestelde accommodatie. Bij in gebreke blijven kunnen
burgemeester en wethouders de instelling een boete
opleggen.
Ingeval een instelling door onterecht ontvangen subsidie
vermogen heeft gevormd kunnen burgemeester en wethouders over
het terug te betalen bedrag rente in rekening brengen conform de
dan geldende marktrente. Rente kan pas in rekening worden
gebracht vanaf het moment dat burgemeester en wethouders de
instelling over hun besluit in dezen hebben geïnformeerd.
Hoofdstuk
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Welzijn en Volksgezondheid 2002