In deze verordening wordt verstaan onder:
a. markt: de door het college ingestelde warenmarkt met uitzondering van de jaarmarkten en halfjaarlijkse markten;
b. standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de ` markthandel;
c. vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan de vergunninghouder;
d. dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen;
e. standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;
f. standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
g. vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats;
h. wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats;
i. anciënniteitslijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats;
j. marktmeester: de persoon, die als zodanig is aangewezen door het college;
k. college: burgemeester en wethouders van Medemblik.