**1..** De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun
plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de
voorzitter.
**2..** Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de
leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf aanwezigen
vanaf een andere plek.
**3..** Er wordt gesproken vanaf het spreekgestoelte. Voorzitter kan
toestemming geven om te spreken vanaf de eigen plaats.
HOOFDSTUK 3. › Paragraaf II
Artikel 19