**1..** Op donderdag (van de maand) bij aanvang van de raadsvergadering is
er een vragenuur, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn
ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het
vragenuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter
bepaalt op welk tijdstip het vragenuur eindigt.
**2..** Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil stellen,
meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 36 uur voor
aanvang van het vragenuur bij de voorzitter. De voorzitter kan na
overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het
vragenuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet
voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de
raadsvergadering op diezelfde dag aan de orde komt.
**3..** De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
**4..** De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de
vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de
overige leden van de raad.
**5..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één
of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een
toelichting daarop te geven.
**6..** Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de
vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
**7..** Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord
verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college
vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
**8..** Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden
geen interrupties toegelaten.
HOOFDSTUK 4
Artikel 37a