Naar hoofdinhoud
Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten als bedoeld in artikel 40 van de Asv die bovenlokaal zijn opgezet, of een bovenlokale uitstraling (voorbeeldfunctie) hebben en gericht zijn op een of meer van de volgende thema’s: a. Versterking van de sportinfrastructuur Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken voor de ondersteuning van partijen bij de versterking van de sportinfrastructuur binnen de provincie op één van de volgendedrie thema’s: beleidsondersteuning sport en bewegen (digitaal sportloket, ondersteuning van sportbeleid voor gemeenten, netwerkbijeenkomsten, ondersteuning van sportbeleid voor sportbijeenkomsten); sportvrijwilligers (scholing, workshops en kwaliteitszorg); innovatieve ontwikkelingen (samenwerkingsinitiatieven sport in relatie met bedrijfsleven en onderwijs). b. Versterking van samenwerking tussen buurt, onderwijs en sport Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken voor projecten binnen de provincie op het gebied van buurt, onderwijs en sport op één van de volgende drie thema’s: sport en bewegen jeugd (informatievoorziening aan gemeenten, start BOSprojecten); nieuwe sportarrangementen (initiatieven samenwerking nieuw sportaanbod); jeugdsportfonds (ondersteunen backoffice). Een project als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. richt zich op de ntwikkeling van nieuwe sportmogelijkheden, waardoor (meer) jongeren in de schoolgaande leeftijd (basis- en voortgezet onderwijs) uitgedaagd worden tot bewegen. Een project als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. richt zich op de ontwikkeling van producten of methodieken voor nieuw te starten sportarrangementen, die ook elders in de provincie geïmplementeerd kunnen worden. c. Sport en ruimte Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken voor projecten binnen de provincie die ten doel hebben om in kleine kernen en wijken plannen te ontwikkelen om bestaande en culturele en maatschappelijke voorzieningen te gebruiken als ontmoetingsplaats voor onder andere sport en bewegen. Een project als bedoeld in het eerste lid: richt zich zoveel mogelijk op kennisontwikkeling met betrekking tot multifunctionele voorzieningen in kleine kernen of wijken in relatie tot sport; is aantoonbaar tot stand gekomen op basis van samenwerking met het lokale culturele en maatschappelijke aanbod op de betreffende locatie. d. Sportstimulering van specifieke doelgroepen Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken voor projecten binnen de provincie die ten doel hebben sport- en bewegingsaanbod te ontwikkelen gericht op specifieke doelgroepen, waarvan de sportdeelname achter blijft: jongeren ( 4 tot en met 24 jaar), lichamelijk gehandicapten, allochtone(n) (meisjes) en niet sportief actieve ouderen. Een project als bedoeld in het eerste lid voldoet zoveel mogelijk aan de volgende eisen: het project heeft een meerwaarde voor de sportstimulering van de betreffende doelgroep; de in het project toegepaste methodiek is overdraagbaar. e. Aanstormend talent in relatie tot breedtesport Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken op het gebied van aanstormend talent binnen de provincie in relatie tot breedtesport op één van de volgende drie thema’s: het oprichten van een provinciaal talentenfonds (ondersteuningsfonds individuele sporters); het creëren van faciliteiten (het met samenwerkingspartners ontwikkelen van talentencentra in de provincie); voor side-events breedtesport in relatie met topsport (het organiseren van breedtesportactiviteiten rondom topsportevenementen). Voor subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. kunnen Utrechtse jonge sporttalenten in aanmerking komen die: woonachtig zijn in de provincie; actief verbonden zijn aan een sportvereniging in de provincie; door NOC*NSF zijn gekwalificeerd als behorend tot de categorie T2-status (2008) of de categorie ‘belofte’ of ‘nationale belofte’ (voorkomen op de zogenaamde Topsport Expertise Centrum Net lijst); aannemelijk kunnen maken dat zij als gevolg van die status, het intake- en vervolggesprek (gevoerd door het Olympisch Netwerk Midden-Nederland) ten behoeve van hun sportieve ontwikkeling incidenteel extra kosten maken voor sportieve activiteiten. Een project als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. richt zich op het met samenwerkingspartners ontwikkelen van talentencentra voor jonge sporttalenten in de provincie conform de ambities van het Ministerie van VWS. Een project als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. richt zich op de (mede) financiering van stimulerende (breedte) sportprogramma’s voor jeugd en jongeren gekoppeld aan topsportevenementen in de provincie.

Rechtspraak bij dit artikel