Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VIII

Artikel 28

Artikel 28

Onderdeel van Regeling WVK-groep

1.. Het begrotingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 2.. Het dagelijks bestuur maakt elk jaar vóór 1 april de ontwerp-begroting op voor het volgende dienstjaar en zendt deze, vergezeld van een toelichting, toe aan de leden van het algemeen bestuur en aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen het dagelijks bestuur vóór 1 juni van hun gevoelen omtrent de ontwerp-begroting doen blijken. 4.. Het dagelijks bestuur zendt de opmerkingen van de raden van de deelnemende gemeenten, eventueel voorzien van een nota van wijzigingen, aan het algemeen bestuur. 5.. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 1 juli van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de begroting moet dienen. 6.. Terstond na de vaststelling wordt daarvan mededeling gedaan aan de raden van de deelnemende gemeenten. Indien de vastgestelde begroting afwijkt van de ontwerp­begroting wordt deze eveneens ter kennis van de raden van de deelnemende gemeenten gebracht die terzake Gedeputeerde Staten van hun gevoelen kunnen doen blijken. 7.. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen een maand na vaststelling aan Gedeputeerde Staten ter goedkeuring in. 8.. Artikel 186 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel