De gemeenteraad verleent slechts medewerking aan het op verzoek
van exploitant in bouwexploitatie brengen van gronden krachtens
een overeenkomst, als bedoeld in artikel 7.
De medewerking behoeft niet te worden verleend, indien:
a. de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een
gebied waarvoor een bestem- mingsplan geldt;
b. de door exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden zouden
leiden tot strijd met de Woningwet;
c. het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een
bestemmingsplan, anderszins zou leiden tot strijd met belangen
van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing en/of herin-
richting;
d. het in bouwexploitatie brengen van grond anderszins tot grote
kosten of bezwaren zou leiden, met name ten aanzien van het
doeltreffend voorzien in watervoorziening, openbare verlichting,
riolering etc..
De beslissing omtrent een aanvraag kan worden aangehouden:
a. ingeval de procedure tot goedkeuring van een van toepassing
zijnd bestemmingsplan of herziening daarvan nog niet is
afgerond, tot een maand na het onherroepelijk worden van het
bestemmingsplan of herziening daarvan;
b. ingeval voorzienbaar is dat de in het tweede lid genoemde
belemmeringen binnen afzienbare tijd zullen kunnen worden
weggenomen, tot een maand nadat deze belemmeringen zijn
weggenomen.
Indien een aanvraag is ingekomen met betrekking tot een
onroerende zaak, voor welke werken in het daarbij behorende
exploitatiegebied reeds een kostenverhaalsbesluit, als bedoeld
in artikel 4, is genomen, maken burgemeester en wethouders dit
aan de exploitant bekend. Naast de hiervoor genoemde
bekendmaking wordt aan exploitant tevens een
ontwerp-overeenkomst, als bedoeld in artikel 7, aangeboden.
Afdeling III
Artikel 10.