1. De leden van de commissie hebben op grond van artikel 61c Gemeentewet volstrekte
geheimhoudingsplicht omtrent hetgeen direct of indirect aan hen als lid van de commissie ter kennis is gekomen;
2. De geheimhoudingsplicht geldt ook ten opzichte van raadsleden die geen lid van de commissie zijn of lid van de commissie zijn geweest;
3. Deze geheimhoudingsplicht geldt zowel tijdens het bestaan van de commissie als na ontbinding van de commissie;
4. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op diegene die met de ambtelijke bijstand van de commissie is belast en de adviseur van de commissie;
5. De geheimhouding brengt met zich mee dat door de commissie, anders dan door tussenkomst van de commissaris, geen inlichtingen -schriftelijk of mondeling- kunnen worden ingewonnen over de kandidaten en dat overleg met derden is uitgesloten.
Artikel 3
Geheimhouding
Onderdeel van Verordening regelende de taak, samenstelling en werkwijze van de vertrouwenscommissie