Naar hoofdinhoud
De leden van de commissie kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. In afwijking van het gestelde in het vorige lid kunnen de leden eenmaal worden herbenoemd voor een periode van drie jaar. De leden van de commissie blijven bij het verstrijken van de in de voorgaande leden genoemde benoemingstermijn hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. In het belang van continuïteit worden leden alternerend benoemd en treden overeenkomstig af. 4. Bij het ontstaan van een vacature in de commissie kan de stichting een voorstel doen tot aanbeveling aan het districtsbestuur. 5. Het districtsbestuur kan een tijdelijke voorziening treffen in het belang van de continuïteit van de samenstelling van de commissie.

Rechtspraak bij dit artikel