**1..** Het college ondersteunt personen, als bedoeld in art. 7 lid 1 sub a van de wet, en uitkeringsgerechtigden met een uitkering ingevolge de Ioaw, Ioaz, BBZ of Anw alsmede personen als bedoeld in art. 6, onder a, van de Wet, bij de arbeidsinschakeling, indien naar het oordeel van het College een aanbod van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling voor deze personen noodzakelijk is. Artikel 40, eerste lid van de wet is van overeenkomstige toepassing.
**2..** Uitgesloten van deze doelgroep zijn:
jongeren tot 23 jaar met een Wsw-indicatie;
personen met een uitkering van de Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen (UWV) tenzij het College en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen bij overeenkomst bepalen dat de voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling wel van toepassing zijn;
personen die aanspraak kunnen maken op een voorliggende voorziening waarmee in de kosten van bestaan kan worden voorzien, dan wel aanspraak kunnen maken op een voorliggende reïntegratievoorziening;
personen met een gezinsinkomen hoger dan 150 procent van het wettelijk minimum loon;
personen wier voor werkzaamheden beschikbare tijd voor tenminste 19 uur per week in beslag wordt genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding, tenzij het betreft een scholing of opleiding die door de gemeente in het kader van een reïntegratietraject als noodzakelijk wordt aangemerkt.
**3..** Indien het college het aanbieden van een voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling noodzakelijk acht, bepaalt het college die voorziening en biedt het college die voorziening aan.
**4..** Het college gaat uit van een sluitende aanpak, waarmee bedoeld wordt dat iedere klant binnen twaalf maanden na datum inschrijving bij het Centrum van Werk en Inkomen een passend traject naar arbeidsinschakeling krijgt aangeboden.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2
Gemeentelijke reïntegratieplicht
Onderdeel van Reïntegratieverordening Werk en bijstand