Naar hoofdinhoud
1. Subsidies worden verstrekt in de vorm van een vast bedrag dat als volgt wordt bepaald: de hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten van het voor subsidie in aanmerking komende deel van het project, met dien verstande dat de hoogte van de subsidie maximaal € 30.000,- bedraagt. indien een subsidie minder dan € 10.000,- zou zijn, wordt zij niet verstrekt. 2. Tot de subsidiabele kosten behoren: de kosten die direct verband houden met de ontwikkeling en realisering van het project zoals opdrachten aan schrijvers, componisten, choreografen, scenaristen alsmede de kosten van onderzoek, marketing en promotie, vormgeving, huur van repetitieruimten en techniek; de kosten voor de verankering van kennis en expertise (in de organisatie) van de aanvrager, ter bevordering van cultureel ondernemerschap. 3. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet: de kosten van projecten in het kader van kunstvakopleidingen en van makers die zijn aangesloten bij een productiehuis. 4. Gedeputeerde staten kunnen het subsidiebedrag voor het project aanpassen naar de mate van veelbelovendheid en artistieke kwaliteit, overeenkomstig de criteria zoals omschreven in artikel 2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel