Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Toetsingscriteria vergunning voor kappen

Onderdeel van Bomenverordening Oirschot 2010

1 . Dit artikel is van toepassing op alle gemeentelijke bomen en op bomen die op de Lijst beschermde houtopstanden staan. 2. Overhangende takken vormen geen reden voor kap. Snoei geschiedt volgens boomtechnische richtlijnen en mag niet leiden tot beschadiging van de habitus en/of dood van de boom. 3. Er wordt ingegrepen bij feitelijk contact tussen gevel en boomkroon of als er een reëel risico op schade is. Snoei geschiedt volgens de richtlijn uit het Handboek Bomen van het Normeninstituut Bomen, waarbij er minimaal 2 meter tussen gevel en boomkroon vrij moet zijn. Snoei is altijd de voorkeursmaatregel. 4. Als uit een bezonningsstudie blijkt dat een voor-, achter of zijtuin 100% van de dag (periode 21 april t/m 21 augustus) in de schaduw ligt, en de overlast niet met snoei te verminderen is, dan mag de boom gekapt worden. 5. Als boomwortels schade aan een bouwwerk veroorzaken en benodigde snoei van de wortels direct leidt tot het afsterven van de boom, mag de boom gekapt worden. De noodzaak tot snoei en het effect van de noodzakelijke snoei op de boom moet altijd aangetoond worden in een boom effect analyse door een onafhankelijke partij. 6. Als een boom een aantasting en/of een levensverwachting heeft van minder dan 5 jaar kan een omgevingsvergunning voor kappen verleend worden. De noodzaak tot kap moet altijd aangetoond worden met een nader technisch onderzoek door een onafhankelijke partij. 7. Een zwaarwegend algemeen belang is een maatschappelijk belang dat zo zwaar weegt dat het tot kap van een boom kan leiden. Voorbeelden van zwaarwegende algemene belangen zijn; volksgezondheid en openbare veiligheid. De afweging van dit belang is aan de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel