Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Toetsingscriteria vergunningen

Onderdeel van Bomenverordening Oirschot 2010

1. Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren, dan wel onder voorschriften verlenen, in het belang van onder meer:- natuur- en milieuwaarden;- landschappelijke/stedenbouwkundige waarden;- cultuurhistorische waarden;- waarden van stads- en dorpsschoon:- waarden van recreatie en/of leefbaarheid;- monumentale waarden;- beeldbepalende waarden. 2. Het bevoegd gezag kan in ieder geval de vergunning verlenen in het belang van de verkeersveiligheid. 3. Een vergunning als bedoeld in artikel 2 dient te worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 4. Ter beoordeling van bomen voor de Lijst beschermde houtopstanden zal het waarderingsmodel in bijlage 1 worden gebruikt. 5. Het bevoegd gezag kan de vergunning eveneens weigeren nadat de overige vergunningen als bedoeld in artikel 15, eerste lid, zijn verleend, indien de aanvrager van een vergunning niet, of niet tijdig, of niet volledig de aanwezigheid heeft gemeld van een beeldbepalende of anderszins waardevolle houtopstand aan het bevoegd gezag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel