Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Algemene uitgangspunten uitzettingen van middelen en aantrekken van gelden

Onderdeel van Treasury Statuut

De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door middel van de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; Bij het risicobeheer wordt gestreefd naar beperking van het renterisico op de lange en korte schuld; De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet Fido; De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet Fido; Om renterisico’s te beperken en het renteresultaat te optimaliseren wordt het aantrekken van externe financieringsmiddelen zoveel mogelijk beperkt, primair worden de beschikbare interne financieringsmiddelen aangewend; De omvang en de looptijd van nieuwe financieringen en uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, de liquiditeitenplanning en de rentevisie. Uitzettingen worden alleen gedaan als de hoofdsom op einddatum is gegarandeerd; De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s, obligaties en garantieproducten; Het gebruik van derivaten is niet toegestaan; Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door alleen financieringen en uitzettingen aan te gaan in euro’s; De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen; De gemeente streeft naar spreiding van financiële instellingen waar geld geleend of uitgezet wordt.

Rechtspraak bij dit artikel