Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 Slopen.

Artikel 8.2.1.

Sloopmelding

Onderdeel van Bouwverordening

In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is geen     toestemming om te slopen vereist voor het anders dan     in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn     geheel slopen van: geschroefde, asbesthoudende platen waarin de        asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde        dakleien, uit een woning of uit een op het erf van        die woning staand bijgebouw, voor zover de woning        of het bijgebouw niet in het kader van de        uitoefening van een beroep of bedrijf worden        gebruikt of bedoeld zijn voorgebruik in dat kader        en de oppervlakte van de te verwijderen        asbesthoudende platen maximaal vijfendertig        vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt; asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde,        asbesthoudende vloerbedekking uit een woning of uit        een op het erf van die woning staand bijgebouw,        voor zover de woning of het bijgebouw niet in het        kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf        worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat        kader en de oppervlakte van de te verwijderen        asbesthoudende vloerbedekking of vloertegels        maximaal vijfendertig vierkante meter per        kadastraal perceel bedraagt; mits het voornemen tot        dit slopen is gemeld bij het bevoegd gezag en door        het bevoegd gezag binnen acht dagen na de dag        waarop dit is gemeld is medegedeeld dat geen        toestemming om te slopen is vereist. Met een woning wordt gelijk gesteld een woonkeet, woonwagen of logiesverblijf. Het voornemen tot slopen als bedoeld in het eerste lid     moet worden gemeld met gebruikmaking van een door of     namens het bevoegd gezag vastgesteld formulier. De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten     in tweevoud worden ingediend. De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten     in het Nederlands zijn gesteld. In de melding moeten zijn opgenomen de plaats, het     adres, de aard en het gebruik van het bouwwerk. Degene, die de melding heeft gedaan, krijgt door of     namens het bevoegd gezag een bewijs van ontvangst     toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van     ontvangst is vermeld. Indien het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde     mededeling niet binnen de aldaar gestelde termijn     hebben gedaan, is de mededeling van rechtswege gedaan. Het bevoegd gezag kan aan een mededeling als bedoeld     in het eerste lid voorschriften verbinden met     betrekking tot de verwijdering, opslag en afvoer van     asbest. De houder van een mededeling als bedoeld in het eerste     of het zevende lid is verplicht de voorschriften,     bedoeld in het achtste lid alsmede de voorschriften     die bij of krachtens de artikelen 7 en 8 van het     Asbestverwijderingsbesluit 2005 zijn gesteld, in acht     te nemen. Het bewerken van asbest ter plaatse waar dit asbest     door sloop vrijkomt is niet toegestaan. Bij het niet voldoen aan de bij of krachtens de in het     eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel     gestelde eisen, stelt het bevoegd gezag degene die de     melding heeft gedaan in de gelegenheid om binnen een     week de door hen aan te geven ontbrekende gegevens     over te leggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel