1. Onverminderd artikel 4, eerste lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
a. vijf procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de eerste categorie;
b. twintig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de tweede categorie;
c. veertig procent van de uitkeringsnorm bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2
Artikel 11
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelverordening IOAW en IOAZ