Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 24.

Vroegtijdig vaststellen en afhandelen misbruik/oneigenlijk gebruik

Onderdeel van Verzamelverordening Wet investeren in jongeren

1.. Het college legt de controle van de doel- en rechtmatigheid van het werkleeraanbod en van de inkomensvoorziening vast in het werkproces van de sector Sociale Zaken. 2.. Het college past bij de controle naar de doelmatigheid van een werkleeraanbod en de aangeboden (flankerende) voorzieningen trajectbewaking toe. 3.. Het college past bij de controle naar de rechtmatigheid van een werkleeraanbod en/of een inkomensvoorziening het zogeheten stoplichtenmodel toe. Dit model gaat uit van het principe: hoe groter het risico op misbruik of oneigenlijk gebruik, hoe groter/zwaarder de controle. Binnen dit model wordt gewerkt met risicogroepen gebaseerd op risicoprofielen. 4.. Het college maakt bij de controle van de rechtmatigheid van een werkleeraanbod en/of een inkomensvoorziening onder meer gebruik van de faciliteiten van het Suwi-net voor het maandelijks vergelijken van het uitkeringenbestand met dat van de belastingdienst, het UWV-WERKbedrijf en de informatiebeheergroep (studiefinanciering). 5.. Het college verhoogt de fraude-alertheid van de medewerkers die zijn belast met het uitvoeren van de WIJ. Dit door het uitreiken van een fraudekompas (checklist) en het ondersteunen van hun werkzaamheden met fraudepreventiemedewerkers. 6.. Het college stelt jaarlijks een taakstelling vast voor het type en het aantal in te stellen fraude(preventie-)onderzoeken. 7.. Het college maakt gebruik van het instrument huisbezoek en neemt daarbij in acht het protocol huisbezoek. 8.. Het niet meewerken aan een onaangekondigd dan wel onmiddellijk af te leggen huisbezoek heeft alleen gevolgen voor het werkleeraanbod en/of de inkomensvoorziening, als sprake is van een voor het vaststellen van het recht op een werkleeraanbod en/of een inkomens- voorziening gerechtvaardigd en noodzakelijk huisbezoek.

Rechtspraak bij dit artikel