**1..** Een alleenstaande van 21 jaar heeft geen recht op een toeslag.
**2..** Een alleenstaande van 22 jaar heeft, onverminderd het bepaalde in de
artikelen 30 en 33
van deze verordening, recht op een toeslag van 5% in de hierna
onder a tot en met c
genoemde gevallen als hij:
alleen een woning bewoont en hij voor die woning woonkosten
of woonlasten
verschuldigd is;
onderhuurder of medebewoner is op commerciële basis en hij
niet is een bloedverwant
in de eerste graad van de hoofdbewoner;
als hoofdbewoner hoofdverblijf heeft in de woning met
uitsluitend een of meer
bloedverwanten in de eerste graad en hij voor die woning
woonkosten of woonlasten
verschuldigd is.
**3..** Een alleenstaande van 23 tot en met 26 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in de
artikelen 30 en 33 van deze verordening, recht op een toeslag van
20% in de hierna onder a
tot en met c genoemde gevallen als hij:
alleen een woning bewoont en hij voor die woning woonkosten
verschuldigd is;
onderhuurder of medebewoner is op commerciële basis en hij
niet is een bloedverwant
in de eerste graad van de hoofdbewoner;
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning
hoofdverblijf heeft met uitsluitend een of meer
bloedverwanten in de eerste graad met (elk) een inkomen tot
50% van het netto minimumloon, en hij
voor die woning woonkosten verschuldigd is.
**4..** Een alleenstaande van 23 tot en met 26 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in de
artikelen 30 en 33 van deze verordening, recht op een toeslag van
15% in de hierna onder a
en b genoemde gevallen als hij:
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning op
commerciële basis hoofdverblijf
geeft aan uitsluitend een of meer onderhuurders of
medebewoners, die geen bloed-
verwant zijn in de eerste graad van de hoofdbewoner, en hij
voor die woning
woonkosten of woonlasten verschuldigd is en
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning
hoofdverblijf heeft met uitsluitend
een of meer bloedverwanten in de eerste graad van wie
tenminste een bloedverwant een
inkomen heeft van 50% of meer van het netto minimumloon en
hij voor die woning
woonkosten of woonlasten verschuldigd is.
**5..** Een alleenstaande van 23 tot en met 26 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in de
artikelen 30 en 33 van deze verordening, recht op een toeslag van
10% in de hierna onder a
tot en met c genoemde gevallen als hij:
alleen een woning bewoont en hij voor die woning uitsluitend
woonlasten verschuldigd
is;
hoofdbewoner is van de woning, hij in die woning
hoofdverblijf heeft met uitsluitend
één of meer bloedverwanten in de eerste graad met (elk) een
inkomen tot 50% van het
netto minimumloon en hij voor die woning uitsluitend
woonlasten verschuldigd is en
als hoofdbewoner hoofdverblijf heeft in de woning met een of
meer bloedverwanten in
de eerste graad met (elk) een inkomen van 50% of meer van
het minimumloon en met
een of meer onderhuurders of medebewoners op commerciële
basis.
**6..** Een alleenstaande van 23 tot en met 26 jaar heeft, onverminderd het
bepaalde in de
artikelen 30 en 33 van deze verordening, rechtop een toeslag van 5%
als hij bij diens
ouder(s) inwoont.
Hoofdstuk 5.
Artikel 27.
Toeslag voor een alleenstaande
Onderdeel van Verzamelverordening Wet investeren in jongeren