Het normbedrag voor gehuwden waarvan beide echtgenoten 21 tot en
met 26 jaar zijn, wordt, behoudens het bepaalde in artikel 30,
verlaagd met 5% in de hierna onder a en b genoemde gevallen als
zij:
hoofdbewoners zijn van de woning, zij in die woning
hoofdverblijf geven aan uitsluitend een of meer
onderhuurders of medebewoners op commerciële basis die
geen bloedverwanten zijn in de eerste graad van de
hoofdbewoner of diens partner en zij voor die woning
woonkosten of woonlasten verschuldigd zijn en
hoofdbewoners zijn van de woning, zij in die woning
hoofdverblijf hebben met uitsluitend één of meer
bloedverwanten in de eerste graad van wie tenminste een
bloedverwant een inkomen heeft van 50% of meer van het
nettominimumloon en hij voor die woning woonkosten of
woonlasten verschuldigd is.
Het normbedrag voor gehuwden, waarvan beide echtgenoten 21 tot
en met 26 jaar zijn, wordt, behoudens het bepaalde in artikel
30, verlaagd met 10% in de hierna onder a tot en met c genoemde
gevallen, als zij:
alleen een woning bewonen en zij voor die woning
uitsluitend woonlasten verschuldigd
zijn;
hoofdbewoners zijn van de woning, zij in die woning
hoofdverblijf hebben met uitsluitend een of meer
bloedverwanten in de eerste graad met (elk) een inkomen
tot 50% van het netto minimumloon en zij voor die woning
uitsluitend woonlasten verschuldigd zijn en
als hoofdbewoners hoofdverblijf hebben in de woning met
één of meer bloedverwanten in de eerste graad met (elk)
een inkomen van 50% of meer van het minimumloon, en met
een of meer onderhuurders of medebewoners op commerciële
basis.
Het normbedrag voor gehuwden, waarvan beide echtgenoten 21 tot
en met 26 jaar zijn, wordt, behoudens het bepaalde in artikel
30, verlaagd met 15% als zij samen met een bloedverwant in de
eerste graad hun hoofdverblijf hebben in de woning van die
bloedverwant.
Het normbedrag voor gehuwden, waarvan beide echtgenoten 21 tot
en 26 jaar zijn, wordt,
behoudens het bepaalde in artikel 30, verlaagd met 20% in de
hierna onder a en b genoemde gevallen als zij:
geen woning aanhouden of geen woonkosten en geen
woonlasten verschuldigd zijn en
in hun woning hoofdverblijf hebben met een onderhuurder
of medebewoner, niet zijnde een bloedverwant in de
eerste graad, op niet commerciële basis.
Hoofdstuk 5.
Artikel 29.
Verlagen normbedrag gehuwden
Onderdeel van Verzamelverordening Wet investeren in jongeren