In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand.
normbedrag: het toepasselijk naar leefvorm vastgestelde
normbedrag voor personen van 27 tot 65 jaar als bedoeld in
artikel 21 van de wet.
toeslag: het verhogen van het normbedrag voor
alleenstaanden
en alleenstaande ouders met ten hoogste20% van
het
normbedrag voor gehuwden.
verlagen: het verlagen van het normbedrag voor gehuwden met
ten hoogste 20 % van het normbedrag voor gehuwden.
woonkosten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het enkele
gebruik van woonruimte waarin feitelijk verblijf wordt
gehouden.
woonlasten: hetgeen in geld verschuldigd is voor het (mede)
gebruik van voorzieningen, aanwezig in de woonruimte,
waarin feitelijk verblijf wordt gehouden.
onderhuur/medebewonen op commerciële basis: het
onderhuren/medebewonen van woonruimte of een deel ervan op
contractbasis, waarbij
1. het te onderhuren/mede-te-bewonen deel zelfstandig
geschikt
is voor bewoning,
2. de prijs per maand voor het medebewonen minstens gelijk
is
aan 15% van het normbedrag voor gehuwden en
3. de onderhuurder/medebewoner staat ingeschreven in de
basisadministratie van de gemeente op het onderhuur-
/medebewoonadres.
hoofdbewoner: een belanghebbende die eigenaar of
hoofdhuurder is van woonruimte en die in de woonruimte
hoofdverblijf heeft.
WSF-/WTOS-kind: een kind dat een basisbeurs ontvangt
ingevolge de Wet op de Studiefinanciering 2000 dan wel een
tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming
onderwijsbijdrage en schoolkosten.
schoolverlater: de persoon die recent de deelname heeft
beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding en die voor
het
onderwijs of de beroepsopleiding aanspraak had op
studiefinanciering WSF of op een tegemoetkoming in de
onderwijsbijdrage of schoolkosten op grond van de WTOS.
zorgbehoevende: een belanghebbende die, als niet te samen
met een ander de woning zou worden bewoond, op basis van
een indicatiestelling zou zijn aangewezen op beroepsmatige
hulp zoals verzorging in een instelling die zich blijkens
haar doel-stelling en feitelijke werkzaamheden richt op het
bieden van verpleging of verzorging aan aldaar verblijvende
hulpbehoevenden. Onder beroepsmatige hulp wordt mede
begrepen een situatie waarin thuiszorg het alternatief is
voor ambulante zorg of dagverpleging in een
zorg-/verpleeginstelling.
Een WSF-/WTOS-kind wordt voor de toepassing van deze
verordening geacht een inkomen te hebben van minder dan50%
van het minimumloon.
Artikel 1
Begripsomschrijving.
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand