**1.** Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant.
**2.** Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.
**3.** Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment van definitief worden van de vergunning, oftewel tot het moment dat:1. de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is verstreken zonder dat bezwaar of beroep is ingediend;2. beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening;3. beslist is op het beroep van derden en geen verzoek tot voorlopige voorziening is gedaan.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4.3.6
bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Vlieland 2006