Het recht als bedoeld in artikel 49, derde lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt:
verhoogd met € 200,-- en wordt vastgesteld op € 500,--
verlaagd met € 200,-- uitsluitend ten behoeve van een aanvrager die blijkens de aangifte inkomstenbelasting of andere bescheiden in de twaalf maanden voorafgaande aan het indienen van de aanvraag een inkomen heeft genoten ten bedrage van ten hoogste 110 % van het wettelijk minimumloon, en wordt ten behoeve van hen gesteld op € 100,--