1. Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van voor
stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen
mogen zich geen delen bevinden van andere omgevingsvergunning voor
het bouwenplichtige bouwwerken dan die welke deel uitmaken van de
hoogspanningslijn. Bij het bepalen van deze afstand moet rekening
worden gehouden met het uitzwaaien van de draden ten gevolge van de
wind. Onder hoogspanningslijn wordt in dit artikel verstaan een lijn
met een nominale elektrische spanning van 1.000 volt of meer.
2. Binnen een strook van 6 meter ter weerszijden van een
ondergrondse hoofdtransportleiding mogen geen omgevingsvergunning
voor het bouwenplichtige bouwwerken worden gebouwd.
3. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van:
a. het bepaalde in het eerste lid voor wat betreft de afstand van 6
meter, indien de elektrische spanning van de hoogspanningslijn
daarvoor geen bezwaar oplevert;
b. het bepaalde in het tweede lid voor wat betreft de afstand van 6
meter, indien daartegen met het oog op de veilige en ongestoorde
ligging van de leiding geen bezwaar bestaat.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.19
Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Medemblik