1. In andere gevallen dan bedoeld in de , en kan het bevoegd gezag
ontheffing verlenen van de verboden tot bouwen met overschrijding
van de voor- en van de achtergevelrooilijn, en van het verbod tot
bouwen met overschrijding van de maximale bouwhoogte.
2. De in het eerste lid bedoelde ontheffing kan door het bevoegd
gezag worden verleend indien:
a. de desbetreffende bouwactiviteit voorkomt in artikel 20
Bro;
b. de desbetreffende bouwactiviteit valt onder het beleid van de
provincie inzake artikel 19, lid 2 WRO;
c. het desbetreffende bouwplan in overeenstemming is met in
voorbereiding zijnd toekomstig ruimtelijk beleid.
3. Op de voorbereiding van het besluit omtrent een ontheffing, als
bedoeld in het eerste lid, is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet
bestuursrecht geregelde procedure van toepassing, met dien verstande
dat:
a. gedurende de termijn van terinzagelegging eenieder schriftelijk
zijn zienswijze omtrent de aanvraag kan inbrengen;
b. indien er zienswijzen zijn ingebracht het bevoegd gezag de
beslissing over de aanvraag om reguliere omgevingsvergunning voor
het bouwen met ten hoogste zes weken kunnen verdagen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.29
Ontheffing voor overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Medemblik