Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 7

Artikel 2.7.4

Eis tot aansluiting aan de openbare riolering

Onderdeel van Bouwverordening gemeente Medemblik

Alternatief 1 1. De in artikel 3.31 van het Bouwbesluit bedoelde, in bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van afvalwater en faecaliën, alsmede de in artikel 3.41 van het Bouwbesluit bedoelde, aan of in bouwwerken aan te brengen voorzieningen voor de afvoer van hemelwater moeten zijn aangesloten aan een openbaar riool. Niet van toepassing is het bepaalde in dit lid: a. in delen van de gemeente waarin geen openbare riolering aanwezig is; b. voor zover uitsluitend hemelwater wordt geloosd. 2. Op aanwijzing van het bouwtoezicht wordt bepaald: a. op welke plaats, op welke hoogte en met welke binnenmiddellijn de voor het maken van de aansluiting noodzakelijke leiding of leidingen de gevel van het gebouw dan wel de grens van het erf of terrein moet of moeten kruisen; b. of er al dan niet voorzieningen in die aansluitleiding moeten worden tussengeschakeld ter voorkoming van het terugvloeien van afvalwater, faecaliën en hemelwater, ingeval de leiding te laag gelegen is om op natuurlijke wijze op het openbaar riool te lozen. 3. Op aanwijzing van het bevoegd gezag krachtens de Wet milieubeheer moet worden bepaald of er al dan niet voorzieningen in de bedoelde aansluitleiding moeten worden tussengeschakeld ter verzekering van de goede werking of de goede staat van het openbaar riool, dan wel ter voorkoming van hinder voor andere aangeslotenen aan het openbaar riool, ingeval de hoeveelheid of de aard van de af te voeren stoffen daartoe aanleiding geeft. 4. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid, indien afvoer op een andere wijze zonder verontreiniging van water, bodem of lucht mogelijk is: a. voor bouwwerken die op een grotere afstand dan 40 m van een openbaar riool zijn gelegen; b. voor agrarische bedrijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel