1. In, op of nabij een bouwwerk is geen in bijlage 5 aangewezen
brandgevaarlijke stof aanwezig.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien:
a. de in bijlage 5 aangegeven maximum hoeveelheid van de
betreffende stoffen niet wordt overschreden, met dien verstande dat
de totale toegestane hoeveelheid van de eerste zes rijen honderd
kilogram of liter is,
b. de betreffende stof zodanig is verpakt
- dat de verpakking tegen normale behandeling bestand is, en
- van de inhoud niets onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen,
en
c. de betreffende stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de
verpakking aangegeven gevaarsaanduiding (R- en S-zinnen).
3. Het in het eerste lid gestelde is voorts niet van toepassing
op:
a. de brandstof in het reservoir bij een verbandingsmotor;
b. de brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of een ander
warmteontwikkelend toestel;
c. voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken, en
d. het aanwezig hebben van een grotere dan de in bijlage 5
aangegeven maximum hoeveelheid van de betreffende stof voor zover
dat bij of krachtens de Wet Milieubeheer is toegestaan.
4. Bij het bepalen van de hoeveelheid als bedoeld in het tweede lid
onder a, worden volledig meegerekend de inhoudsmaten van vaatwerk
dat gedeeltelijk is gevuld met een vloeistof die in bijlage 5 als
brandgevaarlijk is aangemerkt.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 2
Artikel 6.2.2
Opslag brandgevaarlijke stoffen
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Medemblik