Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 1

Artikel 8.1.2

Aanvraag sloopvergunning

Onderdeel van Bouwverordening gemeente Vlieland, incl. de 12 serie wijzigingen

1. Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruik maken van een door of vanwege burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. 2. De aanvraag moet inhouden: a correspondentieadres van de aanvrager in Nederland; b indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en adres; c naam en adres van degene, die met het slopen zal worden belast; d de kadastrale aanduiding van het perceel, waarop zich het te slopen bouwwerk bevindt en het huisnummer van het bouwwerk; Indien de sloopwerkzaamheden bestaan uit asbestverwijdering van meer dan één bouwwerk in het kader van hetzelfde project, wordt een lijst met bedoelde kadastrale aanduidingen en huisnummers van de desbetreffende bouwwerken bijgevoegd, welke lijst ingevolge het negende lid is gewaarmerkt. e een exacte aanduiding van het gedeelte van een bouwwerk waarop de sloopwerkzaamhe­den betrekking hebben, indien niet het gehele bouwwerk wordt gesloopt; f het doel, waarvoor het bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van het bouwwerk laatste­lijk is gebezigd; g mededeling of een bouwvergunning is of zal worden aangevraagd voor een op het perceel van het te slopen bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van het bouwwerk op te richten of te veranderen of uit te breiden bouwwerk; h een beschrijving van de wijze waarop het slopen zal plaatsvinden; i indien de aanvraag een verzoek bevat als bedoeld in het vijfde lid van artikel 8.1.1 moet een motivering worden bijgevoegd;en voorts, indien van toepassing: j het sloopveiligheidsplan. 3. In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven of het te slopen bouwwerk asbest bevat. Asbest wordt niet vermoed aanwezig te zijn indien bij de aanvraag een van de volgende gegevens wordt overgelegd: a een afschrift van het asbestinventarisatierapport, uitgevoerd door een deskundig asbestonderzoeksbedrijf, waaruit blijkt dat er zich geen asbest in het te slopen bouwwerk bevindt; b een asbestonderzoeksrapport opgesteld vóór 3 september 1997 (= datum van verwerking in de gemeen­telij­ke bouwverordening van de vierde serie wijzigingen van de Model bouwverordening d.d. 1 juli 1997) dat voldoet aan de eisen in BRL 5052, uitgave 1998, waaruit blijkt dat er zich geen asbest in het te slopen bouwwerk bevindt; indien het bedoelde asbestonder­zoeksrapport is opgesteld vóór 1 juli 1993, dient tevens een schriftelijke verklaring van de aanvrager te worden overgelegd dat er geen veranderingen van het te slopen bouw­werk hebben plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende materialen zijn toegepast; c een schriftelijk bewijsstuk dat het te slopen bouwwerk is gebouwd na 1 juli 1994; d bij woningen of naar bouwconstructie of materiaaltoepassing vergelijkbare, niet tot bewoning bestemde bouwwerken en bijgebouwen: een schriftelijke verklaring van de bouwer van het te slopen bouwwerk dat hij hierin geen asbest heeft toegepast, alsmede een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat er sinds het tijdstip van de bouw geen veranderingen hebben plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende materialen zijn toegepast; e bij sloop van bepaalde materialen: een schriftelijke verklaring van de fabrikant of de leverancier dat het te slopen materiaal geen asbest bevat, alsmede een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat het materiaal van deze fabrikant of leverancier afkomstig is; f bij sloop- van bepaalde materialen uit een of meer woningen of naar bouwconstructie of materiaal­toe­passing vergelijkbare, niet tot bewoning bestemde bouwwerken, of bijgebou­wen; of- van één woning, of een naar bouwconstructie of materiaaltoepassing vergelijkbaar, niet tot bewoning bestemd bouwwerk, of een bijgebouw:een schriftelijke verklaring dat een visuele inspectie op basis van de checklist uit bijlage 8 van deze verordening geen asbestverdachte materialen oplevert; indien toch asbestver­dachte materialen zijn aangetroffen, een materiaalanalyse door een geaccrediteerd laboratorium of de Inspectie Gezondheidsbescherming waaruit blijkt dat de verdachte materialen geen asbest bevatten.Indien geen van bovenvermelde gegevens bij de aanvraag wordt overgelegd, wordt vermoed dat het bouwwerk asbest bevat, tenzij de aanvrager in vergelijkbare situaties andere gegevens verstrekt die dit vermoeden naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende weerleggen. 3. Indien - gelet op het derde lid - wordt vermoed dat het bouwwerk asbest bevat of de aanvrager weet of redelijkerwijs kan weten dat zich in het bouwwerk asbest bevindt wordt met een asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf aangetoond of dit juist is, en zo ja, waar dit asbest zich bevindt. Indien geen asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf wordt overgelegd, moeten bij de aanvraag andere gegevens worden overgelegd waaruit blijkt of asbest aanwezig is, en zo ja, waar dit asbest zich bevindt. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien: 1.de aanvraag sloopvergunning uitsluitend betrekking heeft op het verwijderen van asbest op in de aanvraag aangeduide plaatsen, of 2.een asbestonderzoeksrapport als bedoeld in lid 3 onder b bij de aanvraag is gevoegd. 4. Indien op grond van het historisch gebruik te verwachten valt dat een te slopen bouwwerk c.q. een te slopen gedeelte van een bouwwerk is verontreinigd met gevaarlijke afvalstoffen als bedoeld in het Besluit aanwijzing gevaarlijke aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst, behorende bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr 17 augustus 2001, nr. 159, blz 9), dient een onderzoek te worden ingesteld naar de vermoedelijke verontreiniging en moet het rapport met de uitslag van dit onderzoek bij de aanvraag om sloopvergunning worden gevoegd. 5. De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in vijfvoud worden ingediend 6. De aanvraag en de daarbij behorende bescheiden moeten in het Nederlands zijn gesteld. 7. De aanvraag mag meer dan één bouwwerk betreffen, indien zij betrekking heeft op bouwwer­ken op hetzelfde terrein of op met elkaar samenhangende terreinen, dan wel wel indien zij betrekking heeft op asbestverwijdering van meer dan één bouwwerk in het kader van hetzelfde project.. 8. De bij de aanvraag om sloopvergunning behorende bescheiden moeten door de aanvrager of diens gemachtigde ondertekend dan wel gewaarmerkt worden. 9. Indien de aanvraag het gedeeltelijk slopen van een bouwwerk betreft, moeten uit de aanvraag en de daarbij behorende bescheiden de bestaande en de nieuwe toestand duidelijk blijken. 10. De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld. 11. Een aanvraag om sloopvergunning geldt tevens als melding van het voornemen tot slopen voor zover dit slopen betrekking heeft op asbest. 12. Een aanvraag om sloopvergunning geldt tevens als melding van het voornemen tot slopen voor zover dit slopen betrekking heeft op asbest.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel