Trekkingsrechten tot € 125.000 worden verstrekt in de vorm van een vast bedrag dat als volgt wordt bepaald:
a. Gemeente Abcoude
€ 24.066
b. Gemeente Baarn
€ 67.605
c. Gemeente Breukelen
€ 40.647
d. Gemeente Bunnik
€ 39.496
e. Gemeente Bunschoten
€ 54.322
f. Gemeente De Bilt
€ 116.334
g. Gemeente De Ronde Venen
€ 95.756
h. Gemeente Eemnes
€ 24.830
i. Gemeente Leusden
€ 79.056
j. Gemeente Loenen
€ 22.936
k. Gemeente Lopik
€ 38.910
l. Gemeente Maarssen
€ 109.030
m. Gemeente Montfoort
€ 37.376
n. Gemeente Oudewater
€ 27.470
o. Gemeente Renswoude
€ 12.415
p. Gemeente Rhenen
€ 52.018
q. Gemeente Vianen
€ 54.394
r. Gemeente Woudenberg
€ 32.110
s. Gemeente Wijk bij Duurstede
€ 64.558
t. Gemeente IJsselstein
€ 94.343
Trekkingsrechten vanaf € 125.000,- worden als volgt wordt bepaald:
a. Gemeente Amersfoort
€ 391.154
b. Gemeente Houten
€ 128.736
c. Gemeente Nieuwegein
€ 169.211
d. Gemeente Soest
€ 126.201
e. Gemeente Utrecht
€ 816.421
f. Gemeente Utrechtse Heuvelrug
€ 135.672
g. Gemeente Veenendaal
€ 171.100
h. Gemeente Woerden
€ 134.021
i. Gemeente Zeist
€ 167.552
Gedeputeerde staten kunnen besluiten tot een herijking van de aan Utrechtse gemeenten toegekende trekkingsrechten in het Startersfonds provincie Utrecht (deel A, gemeentelijk deel), mocht blijken dat één of meerdere Utrechtse gemeenten geen gebruik maken van de aan hen toegekende trekkingsrechten in het Startersfonds provincie Utrecht.
Gedeputeerde staten kunnen besluiten tot overheveling van de aan Utrechtse gemeenten toegekende trekkingsrechten in het Startersfonds provincie Utrecht deel A, (gemeentelijk deel) naar het provinciale Startersfonds deel B, (provinciaal deel) indien deze gemeenten geen gebruik maken van de aan hen toegekende trekkingsrechten in het Startersfonds provincie Utrecht deel A (gemeentelijk deel).
Paragraaf
Artikel 8