1. De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een financiële
tegemoetkoming in de kosten van het treffen van een woonvoorziening
heeft ontvangen en die binnen een periode van tien jaar na de datum van
gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt is gehouden om
binnen een week na het passeren van de akte het College hiervan
schriftelijk op de hoogte te stellen. De meerwaarde die door het treffen
van de voorziening is ontstaan dient gedeeltelijk aan de gemeente te
worden teruggestort.
2. De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt:
Voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde;
Voor het tweede jaar 90% van de meerwaarde;
Voor het derde jaar 80% van de meerwaarde;
Voor het vierde jaar 70% van de meerwaarde;
Voor het vijfde jaar 60% van de meerwaarde;
Voor het zesde jaar 50% van de meerwaarde;
Voor het zevende jaar 40% van de meerwaarde;
Voor het achtste jaar 30% van de meerwaarde;
Voor het negende jaar 20% van de meerwaarde;
Voor het tiende jaar 10% van de meerwaarde in alle gevallen
minus het percentage van de kosten dat voor rekening van de
eigenaar van de woonruimte is gekomen.
Hoofdstuk
Artikel 4.8
Anti-speculatiebeding
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning