Het persoonsgebonden budget bij een indicatie voor een
vervoersvoorziening, niet zijnde een individuele vervoersvoorziening,
zoals bedoeld in artikel 4.2, lid 2 van de Verordening voorzieningen
maatschappelijke ondersteuning, wordt vastgesteld op basis
van de tegenwaarde (100%) van het bedrag, zoals vermeld in de door het
College geaccepteerde offerte, die ten minste de kosten van de
voorziening, reparatie, onderhoud en verzekering bevat verminderd met de
normbedragen uit artikel 5.3. lid 2 van dit Besluit.
Hoofdstuk
Artikel 5.4.
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning