Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V:

Artikel 12:

Zorgplicht

Onderdeel van Verordening aansluitvoorwaarden riolering Leudal 2007

1.. De eigenaar of rechthebbende moet onmiddellijk nadat de aansluiting op het openbaar riool tot stand gekomen is alle bestaande lozingsmiddelen, zoals een septictank, beerput of bezinkput, permanent buiten gebruik stellen of op een deugdelijke wijze (laten) verwijderen, zulks ter beoordeling van de gemeente. 2.. Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op het openbaar riool aangesloten perceel, moeten door de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool worden getroffen dat (bijvoorbeeld) verzanding van het openbare riool en de perceelaansluitleiding wordt voorkomen, zulks ter beoordeling van de gemeente. 3.. Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden niet voldoet aan de in het tweede lid omschreven zorgplicht, dan wel dat er aan de aansluitleiding en aan het openbaar riool schade ontstaat, heeft de gemeente de bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en het aansluitriool op openbaar terrein te verwijderen. De hieraan verbonden kosten worden verhaald op de rechthebbende. 4.. Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan vooraf in kennis te stellen en een aanvraag in te dienen voor het verwijderen of buitengebruik stellen van de aansluitleiding. De op de aansluiting betrekking hebbende vergunning zal dan worden ingetrokken, waarna de aansluitleiding op kosten van de vergunninghouder door de gemeente wordt verwijderd of buitengebruik wordt gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel