Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 16

Citeertitel

Onderdeel van Maatregelverordening Ioaw en Ioaz gemeente Schiermonnikoog 2010

Deze verordening wordt aangehaald als: “Maatregelverordening Ioaw en Ioaz gemeente Schiermonnikoog”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 25 januari 2011 , voorzitter (L.K. Swart). , griffier (S.T. van der Zwaag). Algemene toelichting In de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikt werkloze werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikt gewezen zelfstandigen (Ioaz) in het leven geroepen omdat het bezwaarlijk gevonden werd om oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen onder de Algemene bijstandswet (Abw, thans Wet werk en bijstand) te laten vallen en daarmee aan een vermogenstoets en volledige inkomenstoets te onderwerpen. Afgezien van deze twee punten vertonen de Ioaw en de Ioaz nauwe verwantschap met de Wet werk en bijstand (WWB). Door de inwerkingtreding van de Wet Bundeling van uitkeringen inkomensvoorzieningen aan gemeenten (BUIG) per 1 januari 2010 is het college, net als bij de WWB, volledig financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van de Ioaw en de Ioaz. Een aantal verplichtingen in deze wetten zijn bevoegdheden geworden. Dit gaat gepaard met beleidsvrijheid en twee nieuwe verplichte verordeningen. Op grond van artikel 35 lid 1 Ioaw en Ioaz moet de gemeenteraad bij verordening regels stellen met betrekking tot: het ondersteunen van arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling; de weigering en verlaging bedoeld in artikel 20 van de Ioaw en de Ioaz; de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een uitkering alsmede misbruik en oneigenlijk gebruik van de Ioaw en de Ioaz in het kader van het financiële beheer. Deze maatregelverordening Ioaw en Ioaz vloeit voort uit de opdracht onder punt 2. De opdracht onder punt 1 bestond al, hierin is voorzien in de bestaande Re-integratieverordening, die mede betrekking heeft op Ioaw- en Ioaz-gerechtigden. In de opdracht onder 3 is voorzien in een technische wijziging van de Handhavingsverordening, welke begin 2010 door de gemeenteraad is vastgesteld. Net als bij de WWB is aan het recht op een Ioaw- of Ioaz-uitkering de plicht verbonden zich in te zetten om zo snel mogelijk weer onafhankelijk van de uitkering te worden. Bovendien geldt de verplichting alle informatie te verstrekken die van invloed kan zijn op de arbeidsinschakeling en het recht op uitkering, en om medewerking te verlenen aan de uitvoering van de wet. Wanneer het college tot het oordeel komt dat de uitkeringsgerechtigde die verplichtingen niet of niet voldoende nakomt wordt de uitkering verlaagd. Dat gebeurde tot 1 januari 2010 via het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz. In deze algemene maatregel van bestuur werd bepaald op welke wijze de uitkering werd verlaagd. Daarnaast gold het Boetebesluit Sociale Zekerheidswetten voor gevallen waarin niet tijdig aan de inlichtingenplicht werd voldaan. Per 1 juli 2010 moet als gevolg van de door het Rijk volledig aan de gemeenten overgedragen verantwoordelijkheid de verlaging van de uitkering bij schending van de verplichtingen plaatsvinden overeenkomstig de door de gemeenteraad vast te stellen verordening. Gelet op de nauwe verwantschap tussen de uitkeringsregelingen is er geen aanleiding om verschillende kaders voor maatregeloplegging te scheppen voor ontvangers van verschillende uitkeringen. Daarom is deze verordening voor zover mogelijk gelijk aan de maatregelverordeningen zoals die op grond van de WWB en de Wet investeren in jongeren (WIJ) zijn vastgesteld. Omwille van de leesbaarheid is niet gekozen voor één verordening voor alle regelingen tezamen, omdat het aantal maatregelwaardige gedragingen binnnen de Ioaw en Ioaz beperkter is dan binnen de WWB en de WIJ. Daarnaast hanteren de WWB en de WIJ andere termen dan de Ioaw en de Ioaz. In tegenstelling tot de WWB als laatste vangnet in de sociale zekerheid kennen de Ioaw en de Ioaz voor het verwijtbaar niet aanvaarden of behouden van werk de bevoegdheid tot het blijvend weigeren van uitkering naar de mate waarin door de gedraging inkomsten zijn of worden misgelopen. Aan iemand die bijvoorbeeld verwijtbaar een inkomen van €500 per maand verliest mag blijvend, dus zolang de belanghebbende een uitkering ontvangt, een maatregel ter hoogte van dit bedrag worden opgelegd. Er is geen reden om de Ioaw-er of Ioaz-er op dit punt anders te behandelen dan bijstandsgerechtigden. Een strenger beleid zou er in een aantal gevallen toe kunnen leiden dat de WWB als vangnet wordt aangesproken. Dit leidt dan tot een beoordeling van het recht op een WWB-uitkering, en daarmee tot een nieuwe beoordeling van de maatregelwaardige gedraging, ditmaal op grond van de WWB-verordening. Dit leidt tot onnodige uitvoeringskosten, onder andere omdat de WWB voorschrijft dat een maatregel die langer dan drie maanden duurt iedere drie maanden herbeoordeeld moet worden. Er lopen dan twee uitkeringen naast elkaar waarbij de inkomsten uit de Ioaw- of Ioaz-uitkering op de WWB-uitkering in mindering gebracht moeten worden. In deze verordening is er daarom voor gekozen geen gebruik te maken van de bevoegdheid tot het blijvend weigeren van de uitkering als maatregel. Een maatregel wordt alleen opgelegd als de maatregelwaardige gedraging de belanghebbende verweten kan worden. De wet bepaalt dat het college geen maatregel op mag leggen als iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Artikelgewijze toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel