**1..** In het beleidsplan, als bedoeld in artikel 3, wordt vastgelegd welke
voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden, alsmede de
voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze
verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
**2..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
uit de wet, aan de voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**3..** Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
verplichtingen als bedoeld in artikel 5 lid 2 van deze
verordening niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
doelgroep van de wet;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
Indien naar het oordeel van het college de voorziening
onvoldoende bijdraagt aan een snelle
arbeidsinschakeling.
**4..** Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in de
artikelen 9 tot en met 16 nadere regels stellen. Deze regels kunnen
betrekking hebben op :
De voorwaarden waaronder een voorziening wordt
aangeboden.
De weigeringsgronden bij het aanbieden van
voorzieningen.
De intrekking of wijziging van de subsidieverlening of
–vaststelling.
De aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en
premies.
De betaling van subsidies en het verlenen van
voorschotten.
Het vragen van een eigen bijdrage.
Overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het
verstrekken van subsidies.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reïntergratieverordening Wet werk en bijstand 2005