1.1.
Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet.
1.2.
Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:
op grond van aanwijzingen, die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden, het ernstige vermoeden bestaat dat de een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget;
de door de gemeente aangeboden voorziening als adequate en goedkoopste voorziening dient te worden aangemerkt, dit in relatie met door de gemeente afgesloten of af te sluiten lease- of huurovereenkomsten (zie artikel 1.3. van dit besluit);
1.3.
Woonvoorzieningen die uitsluitend in natura kunnen worden verstrekt zijn:
mobiele tilliften, losse douchestoelen, douchebrancards, toiletstoelen, badplank en transferhulpmiddelen (artikel 1.2 sub b van dit besluit dient te worden toegepast)
1.4. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het
college vindt plaats:
steekproefsgewijs waarbij de steekproef een minimale omvang heeft van 10 % van de verstrekte persoonsgebonden budgetten, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.
Iedere budgethouder wordt vooraf uitvoerig geïnformeerd betreffende de verantwoording van het PGB en dient tenminste de volgende stukken te bewaren en op verzoek aan het college te overleggen.
Bij voorziening/verstrekking als bedoeld in de artikelen 6.1, 7, 10.2 en 11 van dit besluit:
de nota/factuur van de aangeschafte voorziening ;
een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening;
Bij huishoudelijke hulp:
een zorgovereenkomst met de zorgverlener, die hulp bij het huishouden levert, met daarin afspraken over de werkzaamheden, de looptijd van de overeenkomst, uren van de huishoudelijke hulp, werktijden, uurloon en overige kosten (b.v. i.v.m. ondersteuning door SvB);
een overzicht van de administratie met bewijsmiddelen (declaratieformulieren);
bewijs van ondersteuning bij de administratie door de SvB;
bewijs van bevoegdheid tot het verlenen van Hbh2 door de zorgverlener;
1.5
Gevolgen PGB controle
indien geïndiceerde uren door PGB houder niet kunnen worden ingekocht vanwege een hoger uurtarief, wordt afgezien van terugvordering en zal bezien dienen te worden of in voldoende mate is voldaan aan het compensatiebeginsel;
indien de PGB houder voor minder geld de geïndiceerde uren zorg kan inkopen, wordt het teveel aan PGB verstrekte teruggevorderd, immers wordt in zo’n situatie in voldoende mate voldaan aan het compensatiebeginsel;
1.6
De periodieke uitbetaling van het persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden vindt eenmaal per kwartaal bij vooruitbetaling plaats;
De eenmalige uitbetaling van een persoonsgebonden budget voor een andere voorziening dan huishoudelijke hulp vindt eenmaal per maand plaats;
De periodieke uitbetaling van het persoonsgebonden budget in de kosten van eigen vervoer vindt eenmaal achteraf per kwartaal plaats;
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Regels rond verstrekking en verantwoording.
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning 2011